Bestuivers: de kleine dieren die ons eten mogelijk maken

Bestuivers zijn overal om ons heen, maar de meeste mensen staan er zelden bij stil hoe belangrijk ze zijn. Een bij die van bloem naar bloem vliegt, een vlinder die nectar drinkt, een zweefvlieg die even landt op een bloesem: zonder al deze dieren zou een groot deel van onze voedselproductie instorten. Meer dan driekwart van alle bloeiende planten ter wereld is afhankelijk van dieren die stuifmeel verspreiden. Dat klinkt als een abstract getal, maar het betekent in de praktijk dat appels, aardbeien, koffie en veel groenten alleen groeien dankzij deze kleine bezoekers.

Welke dieren doen het bestuivingswerk

Bijen zijn de bekendste stuifmeelverspreiders, maar ze zijn zeker niet de enigen. In Nederland leven meer dan driehonderd soorten wilde bijen, van de grote aardhommel tot de kleine maskerbij. Daarnaast spelen vlinders, motten, zweefvliegen, kevers en zelfs sommige muggen een rol in het overbrengen van stuifmeel. Al deze dieren bezoeken bloemen voor nectar of stuifmeel als voedselbron en nemen daarbij onbedoeld stuifmeel mee naar de volgende bloem. Sommige planten zijn zelfs zo gespecialiseerd dat ze maar door één bepaalde soort bestoven kunnen worden. De verscheidenheid aan stuifmeelverspreiders is dus geen luxe, maar een noodzaak voor de natuur.

De achteruitgang van wilde insecten in Nederland

Het aantal wilde insecten dat bloemen bezoekt, is de afgelopen decennia sterk gedaald. Onderzoekers zien dit wereldwijd gebeuren, maar ook in Nederland is de situatie zorgelijk. Landbouwgif, het verdwijnen van bloemenrijke graslanden, lichtervuiling en de gevolgen van klimaatverandering maken het leven van veel insectensoorten moeilijker. Vooral de achteruitgang van wilde bijen baart wetenschappers zorgen, omdat deze soorten minder snel herstellen dan honingbijen die door imkers worden gehouden. De Nederlandse overheid heeft de Nationale Bijenstrategie opgezet om de daling van alle stuivende insecten uiterlijk in 2030 een halt toe te roepen. Dat vraagt om aanpassingen in de landbouw, het groenbeheer en de inrichting van steden.

Wat mensen zelf kunnen doen voor stuifmeelverspreiders

Een tuin, een balkon of zelfs een stoeprand kan al bijdragen aan een beter leefgebied voor vlinders en bijen. Wie kiest voor inheemse bloemen zoals kaasjeskruid, wilde marjolein of korenbloem, biedt insecten voedsel dat goed bij hen past. Ook het laten staan van een stukje onbeheerde grond helpt, want veel wilde bijen nestelen in de bodem of in dood hout. In de stad maken groene daken, bloemrijke bermen en minder gebruik van bestrating een groot verschil. Zelfs kleine keuzes tellen mee: een grasmat die minder vaak gemaaid wordt, of een pot kruiden op het balkon, zorgt al voor meer voedsel en schuilplaatsen. Samen vormen al die kleine plekjes een netwerk waarvan stuifmeelverspreiders kunnen profiteren.

Bestuiving in de landbouw en wat er op het spel staat

Veel gewassen die wij dagelijks eten zijn afhankelijk van insecten die stuifmeel verspreiden. Fruit zoals kersen, peren en blauwe bessen zet geen vruchten aan zonder bezoek van bijen of andere insecten. Boeren die in de buurt van bloemenrijke natuur zitten, zien hun oogsten vaak beter uitvallen dan boeren in gebieden waar weinig insectenleven is. Onderzoekers schatten dat de economische waarde van bestuiving in de Europese landbouw jaarlijks tientallen miljarden euro’s bedraagt. Dat maakt de achteruitgang van stuifmeelverspreiders niet alleen een ecologisch probleem, maar ook een economisch risico. Steeds meer telers zoeken naar manieren om hun percelen aantrekkelijker te maken voor wilde insecten, bijvoorbeeld door bloemstroken langs akkers aan te leggen of minder middelen te gebruiken die schadelijk zijn voor insecten.

Veelgestelde vragen

Welke bloemen trekken het meest wilde bijen aan?
Wilde bijen hebben de meeste voorkeur voor inheemse bloemen zoals wilde marjolein, echte tijm, kaasjeskruid en korenbloem. Deze planten bieden nectar en stuifmeel in een vorm die goed toegankelijk is voor veel soorten. Gevulde of sterk veredelde tuinbloemen zijn voor bijen vaak veel moeilijker te bereiken.

Waarom zijn wilde bijen kwetsbaarder dan honingbijen?
Wilde bijen leven solitair of in kleine groepjes en worden niet bijgehouden door mensen. Ze hebben geen imker die hen verzorgt of verplaatst naar plaatsen met genoeg bloemen. Omdat hun populaties kleiner zijn en ze minder snel voortplanten, herstellen wilde bijensoorten veel langzamer als hun leefgebied verdwijnt of verslechtert.

Doet de overheid genoeg om insecten te beschermen?
De Nederlandse overheid werkt via de Nationale Bijenstrategie aan maatregelen om de daling van stuifmeelverspreiders te stoppen. Of dat genoeg is, is een vraag die wetenschappers en natuurorganisaties verschillend beantwoorden. Veel onderzoekers pleiten voor strengere regels rondom bestrijdingsmiddelen en een grotere inzet op herstel van bloemrijke natuur buiten beschermde gebieden.

Kunnen insecten ook zonder bloemen bestuiven?
Nee, bestuiving door insecten is altijd gekoppeld aan bloemen. De dieren bezoeken bloemen voor voedsel en nemen daarbij stuifmeel mee. Zonder bloeiende planten hebben stuifmeelverspreiders geen plek om hun werk te doen en geen voedsel om te overleven. Bloemen en insecten zijn in de loop van miljoenen jaren samen geëvolueerd en zijn volledig op elkaar afgestemd.

Scroll naar boven